Interprovinciaal wolvenplan 2019 vastgesteld

Op 24 januari j.l. hebben de provincies, vertegenwoordigd in het Interprovinciaal Overleg (IPO), het nieuwe 'interprovinciaal wolvenplan' vastgesteld.

Interprovinciaal wolvenplan 2019 (pdf) >

Schade aan landbouwhuisdieren
De provincies blijven in elk geval de komende 3 jaar de schade door wolven vergoeden, zowel aan bedrijfsmatige- al hobbyhouders. De schade wordt ook vergoed als deze plaats vindt in een gebied waarin zich wolven hebben gevestigd en er zijn geen preventieve maatregelen genomen. Vervolgschade (verwerpers, etc.) wordt niet vergoed.

Preventie
Het algemene uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het bekostigen van preventieve maatregelen volledig bij de dierhouder berust. Als een wolf zich definitief binnen de provinciegrens vestigt, kan die provincie besluiten om in de vorm van een pilot, gedurende drie jaar ervaring op te doen met preventieve maatregelen. Onderdeel van zo’n pilot kan zijn om maatwerk te bieden ten aanzien van de bekostiging van die preventieve maatregelen.

Uitgangspunt is dat de subsidie alleen betrekking heeft op eenmalige investeringen in een verhouding van 50/50, dat wil zeggen een subsidie van maximaal 50% van de directe kosten voor technische voorzieningen. Op de subsidie zijn dan tevens de de-minimis voorwaarden van toepassing (voor bedrijfsmatige dierenhouders). Provinciale Staten kunnen besluiten of hobbydierhouders de kosten van preventieve maatregelen zelf dienen te dragen of dat deze groep ook in aanmerking komt voor subsidie.

Toelichting
Leidend voor onze inbreng is de positiebepaling die tijdens de algemene ledenvergadering van het Platform Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders van 5 juni 2018 is aangenomen. Wij zijn niet blij met de komst van de wolf, maar wij zetten volop in op preventie om er zo het beste van te maken.
Positiebepaling wolven Platform KSG (pdf) >

In een eerdere versie van het wolvenplan stond nog dat niet-bedrijfsmatige houders zouden worden uitgesloten van een tegemoetkoming in de preventiekosten. Middels brieven aan de gedeputeerden en Provinciale Staten hebben wij gewezen op deze tekortkoming. Via een ronde tafel overleg met de gedeputeerde van Drenthe, die open stond voor onze ideeën, is dit pijnpunt voor een groot deel opgelost. De voorgestelde vergoeding van 50% steekt echter schril af tegen de veel hogere vergoedingen in Duitsland en de 100% vergoeding die de EU toelaat. Wij blijven erop hameren dat de tegemoetkomingen hoger moeten wil men nog enig draagvlak voor de komst van de wolf krijgen.

Nu komt het erop neer dat per provincie wordt besloten of niet-bedrijfsmatige houders in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van het nemen van preventieve maatregelen. Daarin is iedere provincie vrij. Sommige gedeputeerden, waaronder de gedeputeerde van Drenthe, hebben al uitgesproken geen onderscheid te willen maken. Van andere provincies is de houding niet bekend. Het is dus van belang om de vinger aan de pols te houden en zo nodig druk uit te oefenen op provincies die niet-bedrijfsmatige houders willen uitsluiten van een tegemoetkoming.

Wij verwachten dat dit jaar in een aantal provincies pilots met een gebiedsgericht preventieplan zullen starten. Dat zal sowieso op de Veluwe gebeuren omdat daar een wolf zich heeft gevestigd. In delen van Drenthe en Overijssel waar zwervers voor veel schade zorgen zullen waarschijnlijk ook pilots gestart worden. Het is ondoenlijk om met de huidige bezetting van de werkgroep van het Platform KSG in alle provincies vertegenwoordigd te zijn. Daarom willen wij graag in iedere provincie, met uitzondering van de westelijke provincies waar geen wolven zijn te verwachten, een wolvencontactpersoon aanstellen die daar namens het Platform KSG de belangen van de kleinschalige schapen- en geitenhouders behartigt. Dit moeten personen zijn die geïnteresseerd zijn in de materie, positief staan tegenover het nemen van preventieve maatregelen en bereid zijn om zich daarvoor in te zetten. Het hoeven geen wolvenliefhebbers te zijn.