Diergezondheidsfonds

Bedrijfsgebonden kosten Q-koorts monitoring niet afwentelen op het collectief

De kosten van de Q-koorts monitoring door middel van tankmelkonderzoeken op grootschalige melkgeiten- en melkschapenhouderijen (460.000 Euro per jaar) vormen bijna de helft van de jaarlijkse uitgaven ten laste van het Diergezondheidsfonds (DGF). De deskundigen hebben steeds aangegeven dat deze bedrijven gezien moeten worden als de primaire bron van de Q-koortsproblematiek in Nederland.
Het uitvoeren van tankmelkonderzoeken is in wezen een bedrijfsgebonden maatregel als gevolg van een voor de volksgezondheid riskante bedrijfsvoering. De grootschalige melkgeiten- en melkschapenbedrijven zouden deze kosten zelf moeten dragen in plaats van ze af te wentelen op het collectief. Dit betekent dat de Q-koorts monitoring niet ten laste van het DGF mag komen.

Het Platform KSG heeft daarom een bezwaar ingediend tegen de ontwerp-verordening van het Productschap Vee en Vlees (PVV) over de heffing voor het Diergezondheidsfonds 2013.

Het Platform KSG maakt tevens bezwaar tegen een wijziging van de telling van het aantal heffingsplichtige dieren.
In de ontwerp-verordening wordt het aantal dieren bepaald door het gemiddelde te nemen van 4 over het jaar verdeelde peildata. Het was de bedoeling dat dit niet zou leiden tot een aanzienlijke verhoging van het aantal heffingsplichtige houders. Uit berekeningen van Dienst Regelingen blijkt echter dat het aantal heffingsplichtige houders met circa 1400 zal stijgen. Deze aanzienlijke stijging is in strijd met de oorspronkelijke bedoeling.

In 2009 is als compromis een vast bedrag van 25 Euro per heffingsplichtige houder en een variabel bedrag van 90 cent per dier overeengekomen. Afhankelijk van de werkelijke inningskosten en de overige uitgaven zou het vaste bedrag nader bezien worden. De werkelijke inningskosten zijn inderdaad veel lager uitgevallen: minder dan 10 Euro. Het PVV heeft de beschikbare financiƫle ruimte benut door alleen het bedrag per dier te verlagen tot 70 cent per dier. Dit is in strijd met het in 2009 gesloten compromis.