Scrapie

Platform brengt advies uit over scrapiefokprogramma

Het platform heeft een advies uitgebracht over de toekomst van het scrapiefokprogramma.

Advies over de toekomst van het scrapiefokprogramma

De minister van LNV heeft in zijn brief van 5 juli 2006 aan de Tweede Kamer aangekondigd dat hij de doelstellingen voor het komende scrapie-fokbeleid zal formuleren in overleg met de betrokkenen. Op 12 september heeft het ministerie bij het platform de vraag neergelegd om aan te geven hoe deze nieuwe doelstellingen eruit zouden moeten zien.

De minister van LNV heeft in zijn brief van 5 juli 2006 aan de Tweede Kamer aangekondigd dat hij de doelstellingen voor het komende scrapie-fokbeleid zal formuleren in overleg met de betrokkenen. Op 12 september heeft het ministerie bij het platform de vraag neergelegd om aan te geven hoe deze nieuwe doelstellingen eruit zouden moeten zien.

Na raadpleging van de leden en kandidaat-leden adviseert het platform, met uitzondering van het Swifter Schapenstamboek, als volgt:

- De Verordening fokken van TSE-ongevoelige schapen (PVV) 2004 dient te worden ingetrokken.

- Het toekomstige scrapie-fokbeleid dient in overeenstemming te zijn met de EU-regelgeving en het beleid van de overige EU-lidstaten. Dit houdt in dat er geen wettelijk verplicht scrapiefokprogramma wordt opgelegd.

- Het is de verantwoordelijkheid van de rasverenigingen om gepaste maatregelen tegen scrapie te nemen. Deze maatregelen hangen af van het daadwerkelijk voorkomen van scrapie bij het betreffende ras, het soort ras (productietype, (zeldzaam) inheems/buitenlands) en de foktechnische mogelijkheden.

De volgende overwegingen hebben tot dit advies geleid:

1) Ontwikkelingen en gewijzigde inzichten

Het huidige het scrapiebestrijdingsprogramma, zoals dat in Nederland uitgevoerd wordt, is in 1995-1998 ontwikkeld en gebaseerd op de wetenschap die toen voorhanden was. De besluitvorming vond plaats in een crisissfeer van grote angst dat ook bij schapen BSE zou kunnen ontstaan. Er waren doemscenario's dat na een eventuele ontdekking van BSE bij schapen de gehele schapenstapel geruimd zou moeten worden.

Het fokprogramma was gebaseerd op een aantal vooronderstellingen:

  • Schapen zouden BSE kunnen krijgen. BSE was niet te onderscheiden van scrapie, een ziekte die al eeuwen voorkomt bij schapen en geiten, maar ongevaarlijk is voor de mens.
  • Sommige genotyperingen van schapen (ARR/ARR) zouden resistent zijn tegen alle TSE's.

Op dit moment zijn door voortschrijdende inzichten de meeste vooronderstellingen achterhaald:

  • Er wordt nu een snelle test gebruikt om onderscheid te maken tussen scrapie en BSE.
  • Er is tot op heden nog nooit een schaap met BSE gevonden.
  • BSE bij runderen is op zijn retour na maatregelen tegen besmet diervoer.
  • ARR/ARR schapen zijn niet resistent tegen alle TSE's. Zij blijken atypische vormen van scrapie te kunnen krijgen.
  • Op middellange termijn wordt een TSE-test op levende dieren verwacht. Deze test zal een nieuw krachtig instrument zijn bij de bestrijding van scrapie. Het maakt een fokprogramma nog minder nodig.
  • De dreiging die uitging van BSE bij schapen is inmiddels tot een minimum ingeperkt.

2) Risico's van een uniforme ARR/ARR populatie

Er zijn duidelijke waarschuwingen vanuit gezaghebbende bronnen voor de mogelijke gevaren die verbonden zijn aan een fokprogramma dat gericht is op een homogene ARR/ARR populatie. Ziekteverwekkers zouden zich in de loop der tijd aan kunnen passen aan veranderende omstandigheden (adaptatie). Een homogene ARR/ARR populatie wordt dan kwetsbaar voor andere vormen van scrapie dan klassieke scrapie. Deze inzichten worden ondersteund door de recente ontdekkingen in de EU van vele gevallen van atypische scrapie, dat een ander gevoeligheidspatroon heeft dan klassieke scrapie. Zo blijkt dat ook schapen met het genotype ARR/ARR en ARR/x gevoelig zijn voor atypische scrapie.

De EFSA onderkent dit risico en zegt daarom in het advies over het scrapiefokprogramma van juli 2006: "Het permanent en onomkeerbaar uitroeien van de genetische variatie van het prion eiwit (PrP) gen zou kunnen leiden tot problemen in de toekomst als nu nog onbekende TSE ziekteverwekkers voor zouden komen"

3) EU beleid

Enige jaren geleden kon men nog stellen dat Nederland voorop liep bij het fokken op scrapie-ongevoeligheid. EU-beschikking 2003/100/EC schreef met ingang van 1 april 2004 een verplicht fokprogramma in elke lidstaat voor. Nu blijkt dat de andere EU-lidstaten Nederland niet gevolgd zijn. Zo is in het Verenigd Koninkrijk het National Scrapie Plan (NSP) niet voortgezet. Er zijn geen aanwijzingen dat in andere EU landen verplichte fokprogramma's zullen worden ingevoerd. Dit gebrek aan animo voor invoering of voorzetting van fokprogramma's is goed te begrijpen vanuit de hiervoor genoemde ontwikkelingen.

Enige jaren geleden kon men nog stellen dat Nederland voorop liep bij het fokken op scrapie-ongevoeligheid. EU-beschikking 2003/100/EC schreef met ingang van 1 april 2004 een verplicht fokprogramma in elke lidstaat voor. Nu blijkt dat de andere EU-lidstaten Nederland niet gevolgd zijn. Zo is in het Verenigd Koninkrijk het National Scrapie Plan (NSP) niet voortgezet. Er zijn geen aanwijzingen dat in andere EU landen verplichte fokprogramma's zullen worden ingevoerd. Dit gebrek aan animo voor invoering of voorzetting van fokprogramma's is goed te begrijpen vanuit de hiervoor genoemde ontwikkelingen.

Op 17 mei 2006 heeft het Europese Parlement uitgesproken dat fokprogramma's niet verplicht moeten zijn omdat de wetenschappelijke waarde twijfelachtig is.

Binnenkort zal EU-beschikking 2003/100/EC, die fokprogramma's verplicht stelt, worden ingetrokken. De gewijzigde verordening EC 999/2001 voorziet slechts in vrijwillige fokprogramma's. De voorschriften voor de bestrijding van met scrapie besmette bedrijven worden ook versoepeld. Er ontstaat ruimte om op een andere manier de besmetting aan te pakken en er hoeft minder geruimd te worden.

Het verplichte en rigoureuze Nederlandse fokprogramma, dat behoudens enkele uitzonderingen slechts de inzet van ARR/ARR rammen toelaat, past dus slecht in het EU beleid en het beleid van de andere EU-lidstaten.

4) Ethische overwegingen

Een wettelijke verplichting is een zwaar instrument. De overheid kan dit alleen inzetten als er dwingende redenen voor zijn. Dit is het geval als de voedselveiligheid in het geding is of als het gaat om een zeer besmettelijke en ernstige dierziekte. Gezien de in de vorige paragrafen genoemde ontwikkelingen is een wettelijke verplichting niet meer gepast.

Een wettelijke verplichting is een zwaar instrument. De overheid kan dit alleen inzetten als er dwingende redenen voor zijn. Dit is het geval als de voedselveiligheid in het geding is of als het gaat om een zeer besmettelijke en ernstige dierziekte. Gezien de in de vorige paragrafen genoemde ontwikkelingen is een wettelijke verplichting niet meer gepast.

Veel schapenhouders, vooral de houders van zeldzame (inheemse) rassen hechten waarde aan het behoud van de oorspronkelijke genetische diversiteit, waaronder ook de diversiteit van het prion eiwit. Een wettelijke verplichting die aanstuurt op een uniforme ARR/ARR populatie tast deze biodiversiteit aan, frustreert de waarden van deze schapenhouders en is bovendien in strijd met het verdrag van Rio. Uitstelregelingen die voor sommige rassen gelden doen hier niets aan af. Zij leiden uiteindelijk tot hetzelfde resultaat: uitroeiing van alle genotypen die afwijken van ARR/ARR.

5) Beleidsmatige overwegingen

Het scrapiefokprogramma is een zeer ingrijpende operatie, waarvan de gevolgen niet zomaar kunnen worden teruggedraaid als blijkt dat men de verkeerde weg is opgegaan. Een dergelijke lange termijn operatie moet degelijk gefundeerd zijn. Gezien het bovenstaande blijkt dit niet het geval te zijn. In een relatief kort tijdsbestek van enkele jaren zijn de oorspronkelijke aannames voor een groot deel onderuit gehaald. Er zijn nog vele onzekerheden. Ondanks, of juist door, veel onderzoek raakt het fokprogramma meer en meer omstreden. De beleidsmatige onderbouwing is derhalve zwak.

Het scrapiefokprogramma is een zeer ingrijpende operatie, waarvan de gevolgen niet zomaar kunnen worden teruggedraaid als blijkt dat men de verkeerde weg is opgegaan. Een dergelijke lange termijn operatie moet degelijk gefundeerd zijn. Gezien het bovenstaande blijkt dit niet het geval te zijn. In een relatief kort tijdsbestek van enkele jaren zijn de oorspronkelijke aannames voor een groot deel onderuit gehaald. Er zijn nog vele onzekerheden. Ondanks, of juist door, veel onderzoek raakt het fokprogramma meer en meer omstreden. De beleidsmatige onderbouwing is derhalve zwak.

Een wettelijke verplichting kan alleen bestaan indien het nut en de noodzaak breed worden ingezien. De intensieve publiciteitscampagne vanuit de Stuurgroep Scrapie had aanvankelijk het gewenste effect. Door de hiervoor genoemde ontwikkelingen is de stemming echter omgeslagen. Er is geen groot draagvlak meer onder de kleinschalige houders voor de huidige rammenverordening.

Tenslotte ontbreekt een duidelijke kosten-baten analyse van het huidige fokprogramma waarin alle kosten zijn meegenomen: kosten van genotyperen, deelname aan fokprogramma, verlies van fokmateriaal, in stand houden van variatie van het PrP gen, voorziening voor terugfokken als blijkt dat ARR/ARR schapen gevoelig zijn voor nieuwe TSE ziekteverwekkers.

6) Slotopmerking

Uit het bovenstaande moet niet worden afgeleid dat wij tegen iedere toepassing van de wetenschappelijke inzichten op het gebied van genetisch bepaalde gevoeligheid voor TSE's zijn. Op een juiste wijze ingezet, kunnen deze inzichten waardevol zijn. Zo kan door gerichte natuurlijke of kunstmatige inseminatie met sperma van ARR/ARR rammen een uitbraak van klassieke scrapie in een kudde effectief worden bestreden.

Dit advies wordt onderschreven door de volgende bij het platform aangesloten (schapenras)verenigingen:

  • Stamboek Fokkersvereniging Skuddeschaap
  • Vereniging van Speciale Schapenrassen
  • Nederlandse Fokkersvereniging het Drentse Heideschaap
  • Fokkersvereniging Ouessant Schapen
  • Rasvereniging Kerry Hill
  • Nederlandse Belangenvereniging van Hobbydierhouders
  • Vereniging "Het Soayschaap"
  • Texelaar Elite Stamboek

Na raadpleging van de leden en kandidaat-leden adviseert een minderheid van het platform als volgt:

  • Het aanhouden van de huidige verordening voor de komende twee jaar voor productierassen.

De volgende overwegingen hebben tot dit advies geleid:

1. Klassieke scrapie is een ernstige en pijnlijke ongeneeslijke hersenziekte, die via fokkerij gemakkelijk uit te bannen is. Het is zowel voor de houder als het schaap van groot belang dit te voorkomen. Een zware aanpak van klassieke scrapie is gerechtvaardigd. Vooral bij productierassen bestaan intussen voldoende rammen met het ARR-genotype.

2. Door nog enkele jaren ARR/ARR rammen in te zetten zal het aantal door klassieke scrapie besmette bedrijven minder zijn. De kosten van ruimingen of controleren van ontwikkelingen bij besmette bedrijven zullen dan lager uitvallen.

3. Bij het twee jaar aanhouden van de huidige verordening wordt voor productierassen het percentage ARR verhoogd, maar nog lang niet naar 100%. Er blijft voldoende genetische variatie over, terwijl de kans op klassieke scrapie dan drastisch gedaald is.

4. Het nog enkele jaren laten bestaan van de rammenverordening past binnen het EU-beleid. Er is geen verbod op het verder uitbannen van klassieke scrapie volgens de ingeslagen weg.

Dit minderheidsadvies wordt onderschreven door de volgende bij het platform aangesloten leden:

  • Swifter Schapenstamboek

Themagroep Scrapie: Gijsbert Six, Ab Teunissen, 30 november 2006