I&R

Elektronische I&R in de tweede kamer

Op 27 mei 2009 heeft de vaste tweede kamercommissie van LNV  een hoorzitting gehouden over de elektronische I&R bij schapen en geiten. Deze hoorzitting is gehouden op verzoek van een coalitie bestaande uit de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee (NBHV), het Platform KSG, de Stichting Samenwerkende Schapenstamboeken (SSS) en de Vereniging van Slachterijen en Vleesverwerkende Bedrijven (VSV). In dit coalitieverband hebben wij ons pleidooi gehouden. Vervolgens hebben de leden van de commissie vragen hierover gesteld.

Naar aanleiding van dit ronde tafelgesprek heeft de tweede kamercommissie besloten om een Algemeen Overleg met de minister te houden over de I&R bij schapen en geiten. Dit zal binnenkort plaatsvinden. Het is bemoedigind dat de e I&R nu op de politieke agenda is geplaatst.

Lees hieronder de inleiding die Jan van der Zanden namens de coalitie heeft uitgesproken.

Bijdrage van de schapen- en geitensector aan het rondetafelgesprek met de vaste tweede kamer commissie van LNV d.d. 27 mei 2009 over eI&R

Introductie

Ik ben Jan van der Zanden. Ik ben een fokker met 15 Cambridge schapen en secretaris van het Platform voor de Kleinschalige Schapen- en Geitenhouders. Naast mij zit Andries Kingma. Hij heeft een groot professioneel schapenbedrijf met dijkenbegrazing in Groningen en Friesland en is vicevoorzitter van de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee en voorzitter van de veemarkt in Leeuwarden.

Ik spreek hier namens een coalitie bestaande uit het het Platform voor de Kleinschalig Schapen- en Geitenhouders, de Stichting Samenwerkende Schapenstamboeken, de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee en de Vereniging van Slachterijen en Vleesverwerkende bedrijven (VSV).

Het Platform voor de Kleinschalige Schapen en Geitenhouders is de grootste organisatie van schapen en geitenhouders in Nederland. Alle geitenrasverenigingen, 15 schapenrasverenigingen en de Nederlandse Belangenvereniging van Hobbydierhouders zijn aangesloten bij het Platform. Bij elkaar ongeveer 5300 houders. Daarnaast heeft het Platform een natuurlijke achterban van zo'n 40.000 ongeorganiseerde houders van schapen en geiten.

Bij de Samenwerkende Schapenstamboeken zijn 7 commercieel gerichte schapenstamboeken aangesloten met bij elkaar ongeveer 3000 schapenfokkers.
Het Platform en de SSS vertegenwoordigen gezamenlijk een groot deel van de Nederlandse schapen- en geitenhouders. Onze achterban kent een grote diversiteit: de hobbyhouder met 2 dwerggeitjes in de achtertuin, de kudde Schoonebeekers van Natuurmonumenten, de stamboekfokker op Texel met 500 fokooien en alles wat daar tussenin zit.

De Nederlandse Bond van Handelaren in Vee is dé brancheorganisatie voor handelaren, commissionairs en bemiddelaren in levend vee. De aangesloten leden vertegenwoordigen het merendeel van de professionele veehandel in Nederland. De NBHV telt circa 1200 leden

De Vereniging van Slachterijen en Vleesverwerkende bedrijven behartigt de belangen van de slachthuizen, de kleine zelfslachtende slagers en de vleesverwerkende industrie.

Wij vormen dus een brede coalitie bestaande uit commerciële en niet-commerciële partijen uit de gehele keten in de schapen- en geitensector.

Uitgangspunten

1) Wij willen onze verantwoordelijkheid nemen op het gebied van preventie en bestrijding van dierziekten en zoönosen. Een goede traceerbaarheid is hiervan de hoeksteen.
2) Wij zien de noodzaak in van een systeem van individuele elektronische identificatie met een centrale database. Mits aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan, willen wij loyaal meewerken aan de invoering van de elektronische I&R.

Randvoorwaarden

Allereerst is er een financiële randvoorwaarde.

Wij zijn bereid om over een periode van 7 jaar maximaal een bedrag van 10,5 miljoen Euro te betalen voor de exploitatie van de centrale I&R databank. Dit is 1,5 miljoen Euro per jaar. De overheid moet het resterende bedrag voor haar rekening nemen. Dit komt neer op een structurele bijdrage van ca 1,5 tot 2 miljoen Euro per jaar.

Er zijn goede argumenten voor de overheidsbijdrage:

1) Juist schapen en niet-melkgevende geiten lopen nog zichtbaar in de wei en worden veelal op een diervriendelijke manier gehouden worden. Zij dragen bij aan de waarde van het landschap en dienen hiermee een maatschappelijk belang.
Daarnaast zorgen vele schapen- en geitenhouders voor de instandhouding van zeldzame landbouwhuisdierrassen. Hiermee dragen zij bij aan het behoud van de biodiversiteit.
Dit alles zou gehonoreerd moeten worden. Deze groep houders doet ook geen beroep op allerlei subsidies om problemen op het gebied van dierwelzijn en milieu aan te pakken.
2) Uit een recent verschenen LEI rapport blijkt dat de financiële draagkracht van de sector klein is. Gezien het maatschappelijk belang van de sector is enige steun op zijn plaats.
3) De houders krijgen ook te maken met een flinke kostenverhoging voor de aanschaf van de elektronische merken. Deze kosten stijgen van circa 700.000 Euro per jaar naar ongeveer 2,9 miljoen Euro per jaar. Een verhoging van ruim 400%.
4) In de meeste andere EU landen wordt of niet voor een centrale database gekozen, of betaalt de overheid minimaal een deel van de kosten. In een aantal landen zelfs ook voor de aanschaf van de elektronische merken. Die betalen wij zelf.
5) LNV maakt de centrale database bijzonder duur: kostbare ontwikkelingseisen en peperdure uitvoering door Dienst Regelingen en de ICT huisleveranciers. Er was geen openbare aanbesteding, zodat de hoofdprijs wordt betaald. Door pas recent bekend geworden problemen in het automatiseringsproject komen er ook nog faalkosten bij.
LNV eigent zich een blanco cheque toe die vervolgens bij de sector wordt neergelegd. De sector heeft nauwelijks invloed op de hoogte van deze rekening.

De door de minister aangekondigde financiële bijdrage middels artikel 68 gelden is een schijnoplossing. Een doekje voor het bloeden. Het gaat slechts om een tijdelijke bijdrage. Na een paar jaar moeten wij toch nog het volle pond betalen.
De 2 tot 3 miljoen Euro onder de titel 'omnummeren' komt ten gunste van een kleine groep van grote houders (circa 3 %). In de praktijk hoeft men niet om te nummeren. Dit is een dubieuze manier van geld uitdelen, in de ogen van sommigen zelfs frauduleus.
Door deze zogenaamde omnummersubsidie wordt een kleine groep houders sterk bevoordeeld ten koste van de collectiviteit. Deze ongelijkheid ondermijnt het draagvlak. Het zal de problematiek in de sector niet oplossen.

Daarnaast zijn er niet-financiële randvoorwaarden.

Van het begin af aan is gesteld dat door de invoering van elektronische I&R het ook weer mogelijk zou worden om weidelammeren via verzamelplaatsen te verhandelen. Het op de juiste manier weiden van de grote stroom weidelammeren die jaarlijks wordt geboren is onmogelijk zonder deze lammeren te verzamelen en te sorteren. Zonder deze verzamelmogelijkheid is een goede traceerbaarheid, ook met een elektronische database, een utopie.
Wij verlangen van LNV dat zij deze toezegging over de preventieregeling nakomt. De betrouwbaarheid van de overheid is hier in het geding.

Tevens is het van groot belang dat de huidige uitweidregeling wordt gehandhaafd.

Ik merk op dat het huidige verloop van het automatiseringsproject geen vertrouwen wekt. De ontwikkeling van de centrale database is ernstig vertraagd. De praktijktest staat onder grote druk. Hierdoor zal er per 1 januari 2010 geen betrouwbaar systeem beschikbaar zijn. Dit heeft ook zijn weerslag op een tijdige en goede voorlichting aan de gebruikers. Er zijn dus grote problemen te verwachten zoals stagnatie van allerlei processen bij de afzet en verplaatsing van dieren.

Conclusie

Duidelijk is dat er op dit moment geen draagvlak in de sector is voor de invoering van elektronische I&R bij schapen en geiten. Alle organisaties, met uitzondering van LTO, hebben hun medewerking aan de implementatie opgeschort.
De hoge kosten ondermijnen de bereidheid om zich als houder te laten registreren en mutaties te melden.
Zonder breed draagvlak is de elektronische I&R gedoemd te mislukken.

Wij vragen slechts een structurele bijdrage van 1,5 tot 2 miljoen per jaar en het nakomen van eerder gedane toezeggingen over de preventieregeling.

Wij kiezen voor het belang van de collectiviteit om zo een breed draagvlak voor de elektronische I&R te bereiken. Wij pleiten juist niet voor het bevoordelen van een bepaalde groep binnen de sector.
Wij hopen dat u ons hierin wilt steunen en ook de minister ervan wilt overtuigen dat dit alleen te bereiken is door structureel voldoende middelen beschikbaar te stellen voor het I&R systeem.
De sector is bereid om voor een periode van 7 jaar ruim 10 miljoen in het systeem te steken, de hoogste bijdrage van alle landen van de EU.

27 mei 2009
Jan van der Zanden. Platform KSG (0411-616636 / 06-54755779)
Andries Kingma. NBHV (06-53726516)